Poort-triggering

Poort-triggering is net zoiets als een virtuele server. Het verschil is dat het een dynamisch of tijdelijk gat in de firewall creëert. U kunt de Poort-triggering zodanig configureren dat als een van de lokale systemen een bepaalde uitgaande poort gebruikt om een TCP/UDP-verbinding met een extern systeem te maken, dat systeem via de opgegeven inkomende poorten toegang tot uw netwerk krijgt. Poort-triggering is veiliger dan een virtuele server, maar het ondersteunt gelijktijdig gebruik van dezelfde poorten door verschillende systemen niet.

Een poort-triggeringregel toevoegen

  1. Klik op Add (Toevoegen) om poort-triggering voor een internettoepassing in te stellen. Op de volgende pagina (zie hieronder) selecteert u de naam van de toepassing, waarna de instellingen in de tabel hieronder worden ingevuld.


  2. Als de toepassing die u wilt niet in de lijst staat, dient u Custom application (Andere toepassing) te selecteren. Vul de velden Trigger Port Start (Begin poort-triggering) en Trigger Port End (Eind poort-triggering) in, selecteer bij Protocol (Protocol) het protocol en voer bij Open Port Start (Begin poort openen), Open Port End (Eind poort openen) en Open Protocol (Protocol openen) de betreffende gegevens in. (Raadpleeg de documentatie van de toepassing voor de vereiste poortinstellingen).


  3. Klik op Apply (Toepassen) om de poort-trigger op te slaan.

Opmerking: een poort-trigger is beschikbaar voor één actieve sessie. Het kan niet meerdere triggers ondersteunen voor meerdere uitgaande clients.

 

Een poort-triggeringregel verwijderen

Als u een poort-triggering wilt verwijderen, dient u het selectievakje in de kolom Remove (Verwijderen) bij de juiste regel in de tabel in te schakelen en op de knop Remove (Verwijderen) te klikken.

 

Terug naar de opties van menu Security (Beveiliging).